- Ik probeer beter te plannen en te organiseren.
- Ik accepteer dat ik niet alles kan doen en ik concentreer me op het essentiële.
- Ik voel frustratie, maar op de een of andere manier kom ik eroverheen.
- Ik stel sommige dingen uit, ook al weet ik dat ik ze zou moeten aanpakken.
- Ik zoek een manier om mijn werk efficiënter te maken, zodat ik meer kan doen.