- Een deel zal ik sparen en een deel investeer ik in iets dat mij verder helpt.
- Ik zal het gebruiken om schulden of noodzakelijke uitgaven af te betalen.
- Ik zal het gebruiken voor reizen, ervaringen of iets wat ik al lang wens.
- Ik zal het verdelen tussen familie en vrienden die het meer nodig hebben.
- Ik laat het op de rekening staan en beslis later, wanneer ik een beter plan heb.