- Ik denk na over het budget en zoek waar ik kan besparen.
- Ik laat het zo, want volgende maand verdien ik meer.
- Ik leen het van een bekende of gebruik mijn creditcard.
- Ik zoek een manier om wat bij te verdienen, zodat het niet opnieuw gebeurt.
- Ik probeer snel extra geld te verdienen, bijvoorbeeld door spullen te verkopen.