- Ik beschouw het als een ruimte om na te denken en laat het met rust.
- Ik begin me ongemakkelijk te voelen en probeer de stilte snel op te vullen.
- Ik vraag me af of ik iets ongepasts heb gezegd.
- Ik zal de ander steunen om door te gaan, bijvoorbeeld met een subtiele knik.
- Ik schat dat hij zwijgt omdat hij niet zeker is, of omdat hij niet wil antwoorden.