- „Wat staat me vandaag te wachten en hoe ga ik het aan?“
- „Hoe zou het zijn als ik vandaag niets hoefde op te lossen?“
- „Vandaag wil ik beter zijn dan gisteren.“
- „Ik wil niet opstaan, ik voel me al de hele ochtend moe.“
- „Daar denk ik niet over na, ik duik meteen in de verplichtingen.“