- „Pas als iemand anders het me duidelijk laat zien.“
- „Wanneer ik in stilte mijn daden overdenk en zie waar ik een fout heb gemaakt.“
- „Heel laat, omdat ik lang vasthoud aan mijn overtuiging.“
- „Ik voel het meestal meteen, maar ik geef het niet altijd toe.“
- „Wanneer ik zie hoe mijn beslissingen andere mensen hebben beïnvloed.“