- Wanhopig probeer ik te begrijpen waar ik de fout heb gemaakt.
- Ik begin meteen met het bouwen van een nieuwe, betere.
- Ik beschuldig externe omstandigheden.
- Ik ga zitten en denk na of ik überhaupt een huis wil bouwen.
- Ik lach en waardeer dat ik iets heb geleerd.