- Laten we samen het antwoord vinden, we kunnen in boeken of op internet zoeken.
- Ik geef toe dat ik het niet weet, en ik moedig hem aan om er zelf over na te denken.
- Ik zal proberen iets te bedenken, zodat ik niet in verlegenheid kom.
- Ik zal hem vertellen dat hij het zal ontdekken als hij ouder is, niet alles hoeft hij meteen te weten.
- Ik stel voor om iemand anders te vragen die misschien meer weet.