- Ik zal nagaan of het geen fout is en het liever opzijleggen.
- Ik denk meteen na hoe ik het kan investeren.
- Ik voel angst dat het zeker fout zal gaan.
- Ik verheug me en denk na hoe ik ervan kan genieten.
- Ik stuur een deel naar iemand die het meer nodig heeft dan ik.