- Ik stop en denk na over de beste oplossing.
- Ik zoek een alternatieve weg of manier om de hindernis te overwinnen.
- Ik zal proberen de hindernis te verwijderen of eroverheen te springen.
- Ik kijk terug en beoordeel of ik moet doorgaan.
- Ik wacht even, laat de situatie inwerken en zie wat er gebeurt.