- Ik probeer anderen te kalmeren en een oplossing voor te stellen.
- Ik trek me terug en wacht tot de situatie is gekalmeerd.
- Ik neem het initiatief en organiseer de anderen.
- Van binnen ben ik nerveus, maar van buiten probeer ik kalm over te komen.
- Ik raak in paniek samen met de anderen, maar tegelijkertijd kijk ik naar wat de anderen doen.