- Ik kan de stemmingen van anderen aanvoelen nog voordat ze iets zeggen.
- Soms merk ik dat er iets niet in orde is, maar ik heb duidelijke signalen nodig.
- Meestal besef ik de emoties van anderen pas als ze die luid uiten.
- Ik concentreer me meer op feiten dan op emoties.
- Ik heb moeite om de emoties van anderen te herkennen als ze het me niet zelf vertellen.