- Ik zal vloeiender beginnen te spreken en probeer zijn aandacht vast te houden.
- Ik begin ook mijn blik af te wenden om zijn gedrag na te doen.
- Ik stop en vraag of alles in orde is.
- Ik let er helemaal niet op en ga verder met het gesprek.
- Ik voel me onzeker en begin na te denken of ik iets verkeerd heb gezegd.