- Ik stap een stap terug om ruimte voor mezelf te creëren.
- Ik blijf staan, maar ik voel me ongemakkelijk.
- Ik gebruik aanraking, bijvoorbeeld een klopje op de schouder, om subtiel grenzen aan te geven.
- Ik zal me meer concentreren op de non-verbale signalen van die persoon, zodat ik haar bedoelingen kan begrijpen.
- Ik verander snel van onderwerp of situatie om eruit te komen.