- Ik analyseer wie mijn luisteraars zijn en pas mijn toespraak aan hen aan.
- Ik oefen mijn spraak voor de spiegel of met dierbaren.
- Ik bereid alleen de basispunten voor en laat de toespraak natuurlijk vloeien.
- Ik zal me richten op sterke verhalen en emoties die het publiek zouden kunnen raken.
- Ik bereid de feiten en logische argumenten grondig voor, zodat de toespraak overtuigend is.