- Ik zal het onmiddellijk op de spaarrekening zetten, zodat het klaar is voor toekomstige uitgaven.
- Een deel gebruik ik voor investeringen, een deel voor het afbetalen van schulden.
- Ik neem de tijd om een beslissing te nemen, zodat ik niet impulsief reageer.
- Ik zal het gebruiken voor iets wat ik al lange tijd van plan ben te kopen.
- Ik investeer in mezelf, bijvoorbeeld in onderwijs of persoonlijke ontwikkeling.