- Eerst oriënteer ik me aan de details in de omgeving (straatnamen, winkels, gebouwen).
- Ik zoek het dichtstbijzijnde punt dat me een breder uitzicht biedt (verhoogde plek, stadskaart).
- Ik zal proberen kleine oriëntatiepunten op de weg terug te onthouden.
- Ik gebruik applicaties of systemen voor een breed overzicht van de hele stad.
- Ik vraag mensen naar specifieke punten, maar tegelijkertijd creëer ik een breder mentaal beeld van de stad.