- Logica en feiten - ik moet duidelijke redenen hebben.
- Intuïtie - ik voel wanneer het de juiste tijd is.
- Meningen van dierbaren - het is belangrijk hoe het de mensen om me heen beïnvloedt.
- Mijn comfort - het hangt ervan af of het mijn leven vergemakkelijkt of compliceert.
- Het onbekende trekt me aan, ik ben niet bang om risico's te nemen.