- Ik vraag me af of er gebeurtenissen in mijn leven zijn die dat zouden bevestigen.
- Ik begin te discussiëren over wetenschappelijke feiten en waarschijnlijkheid.
- Ik laat hem praten en kijk hoe hij zich daarbij voelt.
- Ik zal mijn onvrede uiten, maar ik laat het zo.
- Ik lach en zeg hem dat ik geloof in een gelukkige sok.