- Ik voel onmiddellijk of het goed is of niet.
- Ik analyseer alle voor- en nadelen voordat ik een beslissing neem.
- Ik wacht op een teken of toeval dat me helpt beslissen.
- Ik zal overleggen met iemand die me kan helpen de situatie te overwegen.
- Ik antwoord snel met "ja" of "nee", ik kan mijn beslissing later heroverwegen.