- Ik houd een open houding en een zelfverzekerde lichaamstaal aan.
- Ik leun een beetje naar voren en probeer oogcontact te houden.
- Ik gebruik opvallende gebaren om mijn argumenten te benadrukken.
- Af en toe verlaag ik mijn stem en spreek ik langzaam om meer nadruk te leggen.
- Ik concentreer me meer op de inhoud dan op de lichaamstaal.