- Ik bied hem mijn hulp en ondersteuning bij zijn taken aan.
- Ik probeer hem op te vrolijken en de situatie te verlichten.
- Ik geef hem ruimte, maar ik ben bereid te helpen als hij dat nodig heeft.
- Ik probeer er niet in te grijpen, iedereen moet op zijn eigen manier met stress omgaan.
- Ik vraag hem of ik op de een of andere manier kan helpen, maar ik dringer me niet op.