- Ik zal hem vertellen dat iedereen zulke momenten heeft, ik ook.
- Ik probeer hem te overtuigen dat hij het mis heeft, dat het goed is.
- Ik voel opluchting dat ik daar niet alleen in ben.
- Ik begin te analyseren wat hij zou kunnen verbeteren.
- Ik begin ook mijn eigen vaardigheden in twijfel te trekken.