- Ik vraag me af of ik ook soms soortgelijke dingen doe.
- In gedachten veroordeel ik hem/haar, maar ik zeg niets hardop.
- Ik vraag hem/haar naar de redenen - misschien mis ik iets.
- Ik begin mijn manier van landbouw te verdedigen.
- Ik besteed er niet veel aandacht aan - iedereen heeft zijn eigen.