- Ik stop en wacht tot de mist oplost.
- Langzaam beweeg ik vooruit, op gevoel.
- Ik klim op een verhoogde plek om verder te kunnen kijken.
- Ik zal om hulp vragen of een kompas gebruiken.
- Ik begin te panikeren, maar tegelijkertijd zoek ik naar een oplossing.