- Je bevriest en je hebt even tijd nodig om je te oriënteren.
- Je zoekt onmiddellijk naar een oplossing, wat het ook mag zijn.
- Je begint te analyseren waarom dit is gebeurd.
- Laat het zo, soms moet je dingen loslaten.
- Je verandert het in iets anders - als het niet door de deur gaat, probeer je het raam.