- Als het gebeurt dat ik geen tijd heb voor iets anders dan voor werk.
- Als ik me realiseer dat ik niet weet wat er in mijn persoonlijke leven gebeurt, omdat ik constant aan het werk ben.
- Als ik me gefrustreerd begin te voelen omdat ik me niet kan losmaken van mijn werk, ook al is het tijd om te ontspannen.
- Als ik werk mee naar huis neem, ook al is het niet nodig.
- Wanneer ik me niet gelukkig voel, omdat mijn werk me letterlijk uitput en in mijn vrije tijd ingrijpt.