- Ik stop en observeer de omgeving, misschien valt er iets op.
- Ik zoek iemand die betrouwbaar uitziet en vraag om de weg.
- Ik ga door totdat ik een herkenningspunt of een kaart vind.
- Ik ga even aan de kant zitten om mijn gedachten te ordenen.
- Ik bel iemand die ik vertrouw.