- Ik blijf aanwezig, adem met hem, alsof we één zijn.
- Ik stap op, laat hem afkoelen - ik ben niet zijn doelwit.
- Ik spreek tot zijn ziel - zodat hij voelt dat ik hem begrepen heb.
- Ik voel een innerlijk vuur, maar van buitenaf probeer ik kalm te blijven.
- Ik bijt op mijn tanden, want ik weet dat het nu geen tijd is voor discussie.