- Het spijt me, maar ik weet dat iedereen zijn dagen heeft.
- Ik vraag me af of ik het anders zou kunnen doen.
- Ik voel angst, alsof het mijn kind is.
- Ik laat het snel los in mijn gedachten, ik oordeel niet.
- Ik zeg tegen mezelf dat sommige kinderen het misschien verdienen.