- Loopband – effectief, maar zonder individualiteit.
- Kaart - je weet waar je heen gaat, maar je hoeft het pad niet te volgen.
- Spiegel – toont wat we erin stoppen.
- Theater - iedereen speelt een toegewezen rol.
- Trainingsbaan – de een vindt het fijn, de ander heeft er moeite mee.