- We rennen naar buiten en dansen in de regen.
- Ik zoek snel een schuilplaats zodat ze droog zijn.
- We gaan op de veranda zitten en luisteren naar de druppels.
- Ik gebruik de tijd om een verhaal te vertellen of een gezelschapsspel te spelen.
- Ik sluit mijn ogen en laat me meeslepen in herinneringen.