- „Ik moet meteen mijn volgende pauze plannen.“
- „Ik kijk ernaar uit om terug te keren naar mijn ritme.“
- „Ik heb een hoop werk te doen, dat moet ik verwerken.“
- „Ik wil ook op werkdagen rustig blijven.“
- „Ik ben benieuwd wat er tijdens mijn afwezigheid is gebeurd.“