- Ik vraag hem hoe het met hem gaat - menselijk, niet zakelijk.
- Ik stel voor om samen koffie te drinken, hem een beetje af te leiden.
- Ik geef hem ruimte - iedereen past zich op een andere manier aan.
- Ik bied hulp aan met iets specifieks.
- Ik negeer het - iedereen heeft zijn periode.