- Ik bied een stoel aan de gast aan en ga op de grond zitten.
- Ik begin een tweede stoel of iets om op te zitten te zoeken.
- Ik stel voor dat we naar binnen gaan.
- Ik maak een grap en creëer een ontspannen sfeer.
- Ik gebruik de situatie als een voorwendsel voor een dieper gesprek.