- Met een glimlach leid ik het onderwerp ergens anders naartoe.
- Ik zal kort antwoorden, maar ik wil er niet over praten.
- Enthousiast leg ik uit wat ik leuk vind.
- Ik zeg dat ik in mijn vrije tijd niet over werk praat.
- Ik voel druk - alsof ik iets moet verdedigen.