- Hij weet niet hoe hij het moet zeggen - ik moet hem helpen.
- Hij wil niet praten, hij wijst me waarschijnlijk af.
- Hij heeft het recht om stil te zijn, misschien zoekt hij naar woorden.
- Ik raak onzeker – ik weet niet hoe ik me moet gedragen.
- Misschien test hij mijn geduld.