- In mijn geest vergelijk ik mezelf en voel ik me minderwaardig.
- Ik zal blij zijn, maar tegelijkertijd komt er een gevoel op dat ik zoiets niet kan.
- Het motiveert me, maar het drukt me ook.
- Ik wens het hem oprecht.
- Ik denk na over wat ik zou kunnen doen om ook vooruit te komen.