- Ik stop en wacht of er iemand verschijnt die me kan adviseren.
- Ik zal de richting inslaan die de grootste nieuwsgierigheid in mij oproept.
- Ik controleer of een van de wegen veiliger uitziet dan de andere.
- Ik kies de richting willekeurig – soms hoeft men niet te veel na te denken.
- Ik ga daarheen waar ik het gevoel heb dat er iets op me wacht, ook al weet ik niet wat.