- Ik scan de sfeer in de kamer en kies wie ik ga benaderen.
- Ik stap opzij en observeer wat er gebeurt.
- Ik zoek iemand die ik kan boeien of aan het lachen kan maken.
- Ik richt me tot iemand die verlaten lijkt.
- Ik denk na wat ik uit die bijeenkomst kan halen.