- Ik denk na wat er toch nog gedaan zou kunnen worden.
- Ik kruip onder de deken met een boek of een film.
- Ik begin iets te creëren - tekenen, schrijven, bewerken.
- Ik val weer in slaap. Zonder spijt.
- Ik begin te bellen of te schrijven – ik heb contact nodig.