- Ik ben blij dat hij zo'n levendige verbeelding heeft.
- Ik stel voor dat je het opschrijft en het later samen lezen.
- Ik herinner hem eraan dat het tijd is om te slapen, en we laten het verhaal voor morgen.
- Ik vraag me af of hij daarmee iets wil insinueren.
- Ik zeg dat het leuk is, maar nu is het niet het juiste moment.