- Ik concentreer me op hem – tenslotte zal ik ook ooit steun nodig hebben.
- Ik stel voor dat we er later over kunnen praten.
- Ik voel druk, maar ik probeer het in mezelf te verwerken.
- Ik zal hem eerlijk zeggen dat ik niet weet hoe ik hem kan helpen.
- Ik zal hem oplossingen aanbieden - ik wil hem actief helpen.