- Ik overweeg of het zin heeft om door te gaan.
- Het motiveert me - ik wil ze het tegendeel bewijzen.
- Ik probeer ze uit te leggen waarom het belangrijk voor me is.
- Ik begin te twijfelen, maar ik hou het voor mezelf.
- Ik negeer hun meningen en ga mijn eigen weg.