- Ik moet me voorbereiden zodat ik niet faal.
- Ik kijk ernaar uit om een nieuwe kans te krijgen om te laten zien wie ik ben.
- Ik hoop dat ik deze keer geluk heb.
- Ik wil begrijpen wat eerder niet werkte.
- Ik ben niet zeker of ik daar weer aan wil beginnen.