- Ik begin met plannen, stap voor stap zal ik in kaart brengen wat er nodig is.
- Ik wacht op de juiste impuls of het idee, zodat het soepel verloopt.
- Ik ga er meteen mee aan de slag – dingen bewegen het beste door actie.
- Ik denk na over hoe ik het anders kan bekijken om een betere weg te vinden.
- Ik zal iemand aanspreken met wie ik dit kan overleggen - in een team denkt het beter.