- Ik automatiseer ze, zodat ik er niet over na hoef te denken.
- Ik probeer ze met mensen te doen - het is meteen anders.
- Ik organiseer ze zo dat ze me niet belasten.
- Ik zoek een manier om ze te veranderen, te verbeteren of te vervangen.
- Ik herinner me waarom ze belangrijk zijn en wat ze het geheel brengen.