- Ik ga hem meer vertrouwen – ik beschouw het als oprechtheid.
- In gedachten neem ik afstand - ik voel me niet veilig.
- Ik begin voorzichtig te worden en analyseer waarom hij/zij het doet.
- Ik beschouw hem als een goede sparringpartner.
- Ik voel woede, ook al laat ik het niet zien.