- Ik vraag me af wat er aan de hand is - ik probeer het te begrijpen.
- Ik loop snel voorbij, ik wil me niet in de problemen brengen.
- Ik merk dat hij boos is, maar ik wil hem niet storen.
- Ik vraag me af of ik op de een of andere manier zou kunnen helpen.
- Ik voel de spanning, alsof het me persoonlijk raakt.