- Ongepland ga ik iets doen wat me net interesseert.
- Ik schrijf op wat ik zou kunnen doen en rangschik het.
- Ik gun mezelf een pauze en laat de dingen hun gang gaan.
- Ik ga werken aan iets wat ik al een tijdje heb uitgesteld.
- Ik bel iemand en we bedenken een gezamenlijk programma.